SLO zoekt leden voor de vakvernieuwingscommissies

Denk jij mee over wat leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs moeten leren?

Helaas is de aanmelding voor de vakvernieuwingscommissies gesloten.

SLO zoekt leraren en vakinhoudelijke experts

Wat moeten leerlingen kennen en kunnen na het doorlopen van het curriculum in het voortgezet onderwijs? SLO zoekt leraren en vakinhoudelijke experts die daarover in vakvernieuwingscommissies gaan adviseren. Wil jij bijdragen aan het onderwijs van de toekomst, zodat leerlingen beter worden toegerust op hun vervolgopleiding en deelname aan de maatschappij? En wil jij samen met de beste experts in jouw vakgebied adviseren over de toekomstige examenprogramma’s voor jouw vak? Meld je dan nu aan!

De komende tijd starten vakvernieuwingscommissies voor verschillende (clusters van) vakken, die gedurende twee jaar de examenprogramma’s in het vmbo, havo en vwo gaan actualiseren. Een uitdagende opdracht, met grote relevantie voor de toekomst van het onderwijs en de kinderen en jongeren in Nederland. In elke vakvernieuwingscommissie zitten leraren, vakinhoudelijke experts en curriculumexperts.

Meld je aan voor de vakvernieuwingscommissie Natuurwetenschappelijke vakken.

Wij hebben inmiddels docenten en vakinhoudelijke experts geworven voor de vakvernieuwingscommissie Natuurwetenschappelijke vakken, maar de commissie is nog niet geheel compleet. Gezien de gewenste diversiteit in de vakvernieuwingscommissie is nog ruimte voor vier vakexperts: één vakexpert O&O of NLT, één vakexpert natuurkunde met vmbo-expertise, één vakexpert biologie met vmbo-expertise en één vakexpert scheikunde met vmbo-expertise. Deze vakexperts hoeven niet verbonden te zijn aan een lerarenopleiding, wel is gerichtheid op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs een vereiste.

De startdag van deze commissie is 8 juni.

De komende periode werven we leden voor de volgende vakvernieuwingscommissies

Voor de commissie Natuurwetenschappelijke vakken zoeken we nog vier vakexperts: één vakexpert O&O of NLT, één vakexpert (vmbo) voor biologie, één vakexpert (vmbo) voor natuurkunde, en één vakexpert (vmbo) voor scheikunde. Deze vakexperts hoeven niet verbonden te zijn aan een lerarenopleiding, wel is gerichtheid op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs een vereiste.

Jij geeft ontwikkeling meer betekenis

Onderdeel zijn van een vakvernieuwingscommissie is een rol van betekenis. Met jouw commissie ontwikkel jij immers wat leerlingen in de toekomst moeten kennen en kunnen in de laatste jaren van het voortgezet onderwijs. In twee jaar tijd maak je, samen met de andere leden van jouw vakvernieuwingscommissie, een conceptexamenprogramma voor jouw vak. 

SLO levert de conceptexamenprogramma’s op aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, die het vervolgens voor advies voorlegt aan de wetenschappelijke curriculumcommissie. De adviezen van de curriculumcommissie worden meegenomen om te komen tot definitieve examenprogramma’s. Conceptexamenprogramma’s worden daarnaast beproefd in de praktijk middels try-outs op inhoud en toetsing. Ook zullen uitwerkingen van de examenprogramma’s worden gemaakt in de vorm van handreikingen voor het SE en, in het geval van het CE, in de vorm van syllabi.

De context

De actualisatie van de examenprogramma’s in het voortgezet onderwijs maakt deel uit van het programma voor actualisatie van het landelijk curriculum. Dat curriculum is een belangrijk fundament voor goed onderwijs. Daarin staat tenslotte wat leerlingen moeten kennen en kunnen en daarmee geeft het richting aan het leerproces van leerlingen.

Samenwerken met experts in jouw vakgebied

De ontwikkeling van conceptexamenprogramma’s is een uitdagende opgave. Daarvoor zoeken wij dan ook professionals die de besten zijn in hun vak en die uitstekend kunnen samenwerken. Want het werk in een vakvernieuwingscommissie is teamwerk bij uitstek.

Je werkt in de commissie intensief samen met leraren, vakinhoudelijke experts en curriculumexperts van SLO. Bovendien staat elke commissie in contact met een advieskring, die bestaat uit onder meer vertegenwoordigers van vakverenigingen, wetenschappers, leermiddelenmakers, vervolgonderwijs, CvTE en Cito. Ten slotte heb je als lid van een vakvernieuwingscommissie een belangrijke rol in de communicatie met je onderwijscollega’s, binnen én buiten jouw eigen organisatie. 

Die intensieve samenwerking op hoog niveau maakt dat je als lid van een vakvernieuwingscommissie ook je eigen expertise kunt verdiepen, kennis en ervaringen kunt uitwisselen met andere vakexperts en je netwerk kunt uitbreiden. Zo draag je dus niet alleen bij aan de ontwikkeling van het onderwijs, maar ook aan die van jezelf.

“In de vakvernieuwingscommissies leggen we de basis voor wat onze leerlingen moeten kennen en kunnen.”

Bernard Teunis

“Het is fantastisch om met andere vakidioten te praten over de toekomst van je vak”

Rik Weeting

“Ruimte om mee te denken over mooier en beter onderwijs dat aansluit bij deze tijd”

Lyanca ten Donkelaar

“Wat mogen leerlingen leren en hoe kunnen we dat rijker aanbieden?”

Monja Lize Antens

Dit ga je doen

Als lid van een vakvernieuwingscommissie lever je een actieve bijdrage vanuit je eigen expertise en geef je gerichte, constructieve feedback op de bijdragen van anderen. Samen ben je verantwoordelijk voor de eindopbrengst: conceptexamenprogramma’s voor jouw (cluster van) vak(ken).

Elke vakvernieuwingscommissie levert voor haar vak(ken) verschillende tussenproducten op en werkt zo stapsgewijs toe naar de conceptexamenprogramma’s. Dat vraagt van jou als lid dat je regelmatig de andere commissieleden ontmoet. Daarom zijn er minimaal zes meerdaagse werksessies gepland en vinden er in elk geval ook een startbijeenkomst en slotbijeenkomst plaats. Tussendoor heb je over je werk voor de vakvernieuwingscommissie regelmatig contact met de andere commissieleden, de advieskring en met het onderwijsveld. Als lid van een commissie wordt van je verlangd dat je bij alle bijeenkomsten aanwezig bent. In de praktijk zal je inzet voor de commissie gemiddeld 8 uur per week kosten. Het zwaartepunt van de werkzaamheden ligt in schooljaar 2022-2023.

Lees meer over de tussenproducten

De karakteristiek beschrijft wat het vak kenmerkt, de positie van het vak in de bovenbouw en hoe het vak in de bovenbouw voortbouwt op de onderbouw. Het beschrijft op hoofdlijnen de overeenkomsten en verschillen van het vak in de verschillende schoolsoorten en leerwegen en hoe het vak zich tot eventuele verwante vakken verhoudt.

Het raamwerk geeft op hoofdlijnen aan voor welke inhouden concept-eindtermen ontwikkeld worden (aangeduid met inhoudelijke titels), de verdeling daarvan in (sub)domeinen en (indien relevant) welke grote opdrachten en aanbevelingen voor de bovenbouw van Curriculum.nu daaraan ten grondslag liggen. De vakvernieuwingscommissies voorzien het raamwerk van een heldere toelichting en verantwoording van keuzes.

De vakvernieuwingscommissies werken voor hun vak eerst een of meer selecties van concepteindtermen voor alle relevante schoolsoorten en leerwegen uit. De commissie bepaalt op basis van het raamwerk met welke selectie ze start. Door eerst een beperkt aantal eindtermen zo goed mogelijk door te ontwikkelen, kan (ook tussen vakken) consensus worden bereikt over de manier waarop doelen worden geformuleerd. Daarna kan die ook bij de overige uitwerkingen worden toegepast. De commissies nemen hier ook in mee in hoeverre kennis, inzichten en vaardigheden gedifferentieerd worden naar schoolsoorten en/of leerwegen.

Vervolgens leveren de vakvernieuwingscommissies per vak het geheel van concepteindtermen op. Voor de vakken met een CE wordt een evenwichtige en onderbouwde verdeling van deze eindtermen over CE en SE aangebracht.

Het conceptexamenprogramma bevat de complete set uitgewerkte concepteindtermen. Daarnaast leveren de vakvernieuwingscommissies een evenwichtige en onderbouwde verdeling van leerstof over CE en SE op, inclusief – waar relevant – adviezen over de wenselijke omvang van domeinen en passende toetsvormen.

Ten slotte werken de vakvernieuwingscommissies per vak een selectie van de concepteindtermen voor de verschillende schoolsoorten en leerwegen voorbeeldmatig uit. Dat heeft als doel consistentie te bevorderen tussen de conceptexamenprogramma’s en toekomstige specificaties van de examenprogramma’s, zoals handreikingen (SE) en syllabi (CE), en mogelijke bijstellingen in het referentiekader taal en rekenen.

Dit ben jij

Elke commissie bestaat uit leden met verschillende achtergronden. Tijdens de selectie borgen we een goede balans tussen met name leraren en vakinhoudelijke experts en tussen expertise over en ervaring in de verschillende schoolsoorten in het voortgezet onderwijs (vmbo, havo en vwo).

Wil je lid worden van een commissie dan dien je te beschikken over een aanstelling als leraar in het voortgezet onderwijs of een aanstelling als vakinhoudelijk expert bij een hbo- of wo-instelling.

Je hebt een aanstelling als leraar in het voortgezet onderwijs van minimaal 0,4 fte en je hebt ervaring in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en bij voorkeur in examenklassen. Jouw rol in de commissie is essentieel met het oog op de ontwikkeling van bruikbare examenprogramma’s die jou en je collega’s straks zowel richting als ruimte geven en houvast bieden bij de ontwikkeling van schoolexamens.

Leraren werken dagelijks in de onderwijspraktijk met de examenprogramma’s en zijn daarom essentieel in de vakvernieuwingscommissie. Leraren benaderen de ontwikkeling van examenprogramma’s vanuit de uitvoering in de praktijk en hebben een inhoudelijk en vakdidactisch perspectief met oog voor samenhang tussen verwante vakken. De leraren in de vakvernieuwingscommissie vertegenwoordigen de verschillende schoolsoorten (vmbo, havo, vwo) én leerwegen binnen het vmbo. Dit alles om te zorgen voor breed gedragen conceptexamenprogramma’s.

Je hebt een aanstelling als vakinhoudelijk expert bij een hbo- of wo-instelling met een expertise die past bij het vak waarvoor jij je aanmeldt. Je hebt zowel kennis van de inhoud van je vak als kennis van de praktijk en kunt ervoor zorgen dat de doelen inhoudelijk en praktisch goed worden verbonden en beschreven.

Vakinhoudelijke experts zijn betrokken vanwege hun aantoonbare kennis over de inhoudsgebieden van het examenprogramma, de uitvoering in de praktijk en (praktijkgericht) onderzoek. Vakinhoudelijke experts hebben relevante en bij voorkeur actuele ervaring met het schoolveld/werkveld zodat vakspecifieke kennis altijd verbonden is aan de onderwijspraktijk. Een deel van de vakinhoudelijke experts bestaat daarom in ieder geval uit lerarenopleiders en/of vakdidactici. Onder de vakinhoudelijke experts verstaan we ook wetenschappelijke vertegenwoordigers. Hierbij geldt het criterium dat zij aantoonbare, relevante en bij voorkeur actuele ervaring hebben met het schoolveld/werkveld. Doordat vakinhoudelijke experts een breed spectrum van perspectieven op het vakgebied inbrengen, leveren zij als leden van de vakvernieuwingscommissie relevante expertise en inbreng voor breed gedragen conceptexamenprogramma’s.

Samenstelling vakvernieuwingscommissies

In elke vakvernieuwingscommissie zitten leraren en vakinhoudelijke experts. De leiding is in handen van een procesregisseur. Daarnaast zitten er in elke commissie curriculumexperts die werkzaam zijn bij SLO. Zij hebben inhoudelijke en curriculaire expertise en kunnen adequate doelformuleringen schrijven.

Jouw competenties

Leden van een vakvernieuwingscommissie herkennen zichzelf in de volgende omschrijvingen:

Je neemt je vak serieus en vindt het belangrijk om je kennis op peil te houden.

Je bent een teamspeler die zijn kennis graag deelt en het gezamenlijke belang boven het eigenbelang kan stellen.

Je bent onderzoekend van aard en nieuwsgierig naar de toekomst en je staat open voor andere perspectieven.

Je bent zorgvuldig in je afwegingen en weet feiten en argumenten op waarde te schatten.

Je bent vindingrijk en kunt verschillende oplossingsrichtingen bedenken voor complexe situaties en taaie vraagstukken.

Zo verloopt de selectie

In elke vakvernieuwingscommissie is plaats voor een beperkt aantal leden. Bij de selectie kijken we zowel naar geschiktheid als naar de totale samenstelling. 

Het selectieproces bestaat uit twee rondes. Na de eerste ronde laten we kandidaten weten of ze door zijn naar de volgende ronde en daarna maken we de definitieve selectie.

Helaas is de aanmelding voor de vakvernieuwingscommissies gesloten.

Twee rondes

Je meldt je aan via het formulier op deze website. Daarna ontvang je binnen een aantal werkdagen een vragenlijst met vragen over je achtergrond en motivatie.

Daarnaast ontvang je een uitnodiging voor het invullen van een zelfevaluatie. We vragen je dan om jezelf te beoordelen op een aantal relevante gedragsindicatoren. Als je de zelfevaluatie retourneert, stuur je ook het door je werkgever getekende toestemmingsformulier mee.

Ben je door naar de volgende ronde, dan wordt je uitgenodigd voor een van de selectiedagen in mei. Op die dag ga je in gesprek met leden van de selectiecommissie en voer je samen met andere kandidaten een inhoudelijke opdracht uit.

Vergoeding voor je werkgever

Tegenover deelname aan een vakvernieuwingscommissie staat een vergoeding, die wordt betaald aan de instelling of school waar je werkt. Je ontvangt die vergoeding dus niet zelf.

  • Voor vakinhoudelijke experts geldt het volgende:
    De instelling waar je werkt, ontvangt een vergoeding voor 1 dag per week gedurende een looptijd van 24 maanden. Dit wordt vastgelegd in een Overeenkomst van Opdracht. De hoogte van die vergoeding wordt bepaald op basis van je salarisschaal en de Handleiding overheidstarieven 2021 (productieve uren, geen overhead).
  • Voor leraren geldt het volgende:
    De school waar je werkt, ontvangt een vergoeding via een Overeenkomst van Opdracht voor het aantal uur dat je actief bent voor de vakvernieuwingscommissie (een tijdsbesteding van 1 dag per week gedurende een looptijd van 24 maanden). De hoogte wordt vastgesteld op basis van je functie en bijbehorende salarisschaal.

Voor elke kandidaat geldt dat de werkgever toestemming moet verlenen voor deelname aan een vakvernieuwingscommissie.

Meld je aan!

Wil je deelnemen aan een vakvernieuwingscommissie? Vul hieronder het aanmeldformulier in.

Vacatures:

Neem contact op

Heb je vragen over de vakvernieuwingscommissies? Bij de veelgestelde vragen kun je zien of je vraag al beantwoord is. Staat jouw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op via onderstaand formulier.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Veelgestelde vragen

De huidige aanpak is echt een andere dan de eerdere integrale werkwijze van Curriculum.nu. Daarbinnen werd het curriculum van begin primair onderwijs tot einde onderbouw voortgezet onderwijs voor alle vakken gezamenlijk aangepakt. Er zijn drie belangrijke verschillen:

  1. De bijstelling van de examenprogramma’s in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs wordt losgeknipt van de bijstelling van de kerndoelen (in het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs).
  2. Er wordt niet met alle vakken tegelijk gestart, maar met de vakken in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs waarvoor de urgentie groot is.
  3. Er worden nu meer vakexperts betrokken dan bij Curriculum.nu. Dat is onder andere nodig om de aansluiting op het vervolgonderwijs te verbeteren.

De samenhang tussen vakken wordt op drie manieren geborgd:

  1. Er wordt gewerkt met gemeenschappelijke ontwerpprincipes, in lijn met de aanbevelingen van de wetenschappelijke curriculumcommissie.
  2. Er vindt afstemming plaats tussen verwante vakken en sterk verwante vakken werken als vakkencluster samen in één vakvernieuwingscommissie.
  3. De examenprogramma’s voor vmbo, havo en vwo worden gelijktijdig bijgesteld door een en dezelfde vakvernieuwingscommissie.

Het aantal leden en de samenstelling verschillen per vakvernieuwingscommissie. Onderstaande tabel toont de samenstelling per vak, voor de vakvernieuwingscommissies die in schooljaar 2021-2022 van start gaan.

  Leraren vmbo Leraren havo/vwo Vakinhoudelijke experts Totaal
NL 4 4 4 12
RW 7 4 11
MVT 4 5 5 14
NWV 10 6 12 28
MA/BU 4 4 4 12
Totaal 22 26 29 77

Elke vakvernieuwingscommissie heeft een eigen selectiecommissie. Hierin zitten in elk geval de procesregisseur (die tevens leiding zal geven aan de betreffende vakvernieuwingscommissie), een afgevaardigde van de vakvereniging en een inhoudelijk curriculumexpert van SLO.

  1. Karakteristiek per vak
    De karakteristiek beschrijft wat het vak kenmerkt, de positie van het vak in de bovenbouw en hoe het vak in de bovenbouw voortbouwt op de onderbouw. Het beschrijft op hoofdlijnen de overeenkomsten en verschillen van het vak in de verschillende schoolsoorten en leerwegen. De karakteristiek beschrijft ook hoe het vak zich tot eventuele verwante vakken verhoudt.
  2. Raamwerk voor concepteindtermen per vak
    Het raamwerk geeft op hoofdlijnen aan voor welke inhouden concepteindtermen ontwikkeld worden (aangeduid met inhoudelijke titels), de verdeling daarvan in (sub)domeinen en (indien relevant) welke grote opdrachten en aanbevelingen voor de bovenbouw van Curriculum.nu daaraan ten grondslag liggen. De vakvernieuwingscommissies voorzien het raamwerk van een heldere toelichting en verantwoording van keuzes.
  3. Uitwerking selectie(s) concepteindtermen per vak
    De vakvernieuwingscommissies werken voor hun vak eerst een of meer selecties van concepteindtermen voor alle relevante schoolsoorten en leerwegen uit. De commissie bepaalt op basis van het raamwerk met welke selectie ze start. Door eerst een beperkt aantal eindtermen zo goed mogelijk door te ontwikkelen, kan (ook tussen vakken) consensus worden bereikt over de manier waarop doelen worden geformuleerd. Daarna kan die ook bij de overige uitwerkingen worden toegepast. De commissies nemen hier ook in mee in hoeverre kennis, inzichten en vaardigheden gedifferentieerd worden naar schoolsoorten en/of leerwegen.
  4. Uitwerking volledige set concepteindtermen en verdeling CE-SE
    Vervolgens leveren de vakvernieuwingscommissies per vak het geheel van concepteindtermen op. Voor de vakken met een CE wordt een evenwichtige en onderbouwde verdeling van deze eindtermen over CE en SE aangebracht.
  5. Conceptexamenprogramma per vak
    Het conceptexamenprogramma bevat de complete set uitgewerkte concepteindtermen. Daarnaast leveren de vakvernieuwingscommissies een evenwichtige en onderbouwde verdeling van leerstof over CE en SE op, inclusief – waar relevant – adviezen over de wenselijke omvang van domeinen en passende toetsvormen.
    Ten slotte werken de vakvernieuwingscommissies per vak een selectie van de concepteindtermen voor de verschillende schoolsoorten en leerwegen voorbeeldmatig uit. Dat heeft als doel consistentie te bevorderen tussen de conceptexamenprogramma’s en toekomstige specificaties van de examenprogramma’s, zoals handreikingen (SE) en syllabi (CE), en mogelijke bijstellingen in het referentiekader taal en rekenen.

We gaan er vanuit dat je gemiddeld één dag per week beschikbaar bent voor de werkzaamheden, gedurende twee jaar. We werken soms ook met tweedaagsen, wat maakt dat het ook wat wisselend is per week hoe je inzet eruitziet. Het zwaartepunt zal liggen in schooljaar 2022-2023.

Je past daarmee niet in de doelgroep. We richten ons op leraren die minimaal 0,4 fte werkzaam zijn in het voortgezet onderwijs, met ervaring in de bovenbouw en bij voorkeur examenklassen van vmbo (alle leerwegen), havo, en/of vwo.

Bij de kleinere vakken kunnen we ons voorstellen dat er minder leraren en vakinhoudelijke experts zijn die een aanstelling hebben, en is het mogelijk om je aan te melden als je als zzp-er werkt.

We denken bij vakinhoudelijke experts aan lerarenopleiders en/of vakdidactici. Onder de vakinhoudelijke experts verstaan we ook wetenschappelijke vertegenwoordigers. Hierbij geldt het criterium dat zij aantoonbare, relevante en bij voorkeur actuele ervaring hebben met het schoolveld/werkveld.